Interview in Het Belang van Limburg 18 september 2026 – Straatsburg“Long live Europe.” Met die slotzin trapte Europees commissievoorzitter Ursula von der Leyen afgelopen week ondertussen al voor de zesde keer het Europese politieke jaar af. De Limburgse Europarlementsleden Wouter Beke (CD&V) en Hilde Vautmans (Anders) waren erbij.
Bij maar weinig mensen doet de Europese State of the Union een belletje rinkelen. Toch is het voor de Europese bubbel stilaan een van de belangrijkste momenten van het jaar geworden. Het volledige parlement trekt voor een week naar Straatsburg, waar Ursula von der Leyen hen als commissievoorzitter en dus de nummer één van Europa toespreekt. In een speech van meer dan een uur baant ze zich een weg langs talloze hete hangijzers en licht ze de prioriteiten van het komende jaar toe. Wouter Beke (CD&V) en Hilde Vautmans (Anders) analyseren de toespraak vanuit een klein kantoortje in Straatsburg.
Wat viel jullie het meest op?
Beke: “De aankondiging dat Canada een geassocieerd lid zal worden van de EU. De aanwezigheid van de Canadese premier Mark Carney was dan ook belangrijk. Verder lag de nadruk sterk op de economische toestand van Europa en het feit dat we heel wat maatregelen op de rails hebben staan, maar ze nu ook moeten uitvoeren.”
Vautmans: “Ik was ook erg aangenaam verrast door het nieuws van Canada. Ik zie daar ook veel potentieel in voor Limburg. Canada doet als eerste niet-Europese land mee aan SAFE, het Europese project rond gezamenlijke defensieaankopen. Verder hebben we een Truienaar als consul-generaal in Montreal. Daar leg ik meteen contact mee. Ik wil hem graag uitnodigen in Droneport.”
Wat betekent ‘geassocieerd lid’ zijn?
Vautmans: “Dat zal nu verder concreet gemaakt worden. Het zorgt er vooral voor dat we Canada als geprivilegieerde partner beschouwen, zowel geopolitiek als economisch. Het land effectief laten toetreden tot de EU zou jaren duren en Carney is zelf geen vragende partij. Maar met dit statuut staan we gezamenlijk wel veel sterker tegen de VS en China.”
Carney riep begin dit jaar op tot meer samenwerking tussen de zogenaamde ‘middle powers’. Is dat hier aan het gebeuren?
Beke: “Wij voelen ons vandaag erg geïntimideerd door de VS, Rusland en China. Maar er zijn nog steeds heel wat gelijkgezinde landen op de wereld. Canada is daar een van, net zoals Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Japan. Zij kijken op dezelfde manier naar de wereld. In die zin is dit een belangrijke eerste stap. Mijn zoon is trouwens nog maar net vertrokken op uitwisseling via de KULeuven naar Canada. Ik heb hem meteen een berichtje gestuurd: je bent twee weken weg en we hebben al een geassocieerd lidmaatschap!”
Duidelijk een geboren diplomaat.
Beke: “Hij wilde eigenlijk gaan studeren in Amerika, maar door Trump mocht hij niet van mijn vrouw. En thuis is zij de baas.”
Von der Leyen noemde de Europese economie in haar toespraak de ‘number one priority’.
Vautmans: “De nadruk lag inderdaad sterk op het belang van onze economie en competitiviteit. Als liberaal is dat cruciaal voor mij. Ik vond het dan ook goed dat ze benadrukte dat alles sneller moet gaan. Dat zeggen wij al veel langer.”
Beke: “Dat competitiviteitsluik is erg belangrijk, zeker voor een open economie als België. Als het goed gaat in Europa, gaat het goed met onze bedrijven. Maar als het slecht gaat, voelt zeker Limburg dat met zijn maakindustrie extra hard. Ook inzetten op innovatie is cruciaal. Dat leidt onvermijdelijk tot een debat over extra financiële middelen voor Europa. Lidstaten verwachten méér van Europa, maar willen minder bijdragen. Dat gaat natuurlijk niet.”
De top in Alden Biesen leek een kantelmoment te zijn, maar wanneer volgt de actie?
Vautmans: “Von der Leyen is altijd heel sterk in speechen, maar het zal er nu toch op aankomen dat ze die woorden in daden omzet. Daarvoor moet ze een overeenkomst vinden met de lidstaten, die vaak op de rem gaan staan. Een echte hervorming van de EU vermeldde ze dan ook pas helemaal op het einde van haar toespraak. Daar willen wij als partij net meer op duwen. We moeten weg van de unanimiteit om sneller te kunnen beslissen.”
Deze week presenteerde von der Leyen ook de KIDS act, waarmee de EU het gebruik van sociale media door jongeren onder de 15 jaar wil beteugelen. Een goed plan?
Vautmans: “Het negatieve effect van jongeren die uren per dag op sociale media zitten, is duidelijk. Maar volgens mij is de oplossing niet om sociale media te verbieden.”
Tussen 13 en 15 jaar zouden kinderen er wel al stapsgewijs op mogen.
Vautmans: “Het blijft een verbod om een eigen account aan te maken, terwijl kinderen dat perfect kunnen omzeilen. Daarom vind ik het een schijnoplossing. We moeten veel meer inzetten op het aanpakken van techbedrijven en de mediawijsheid van jongeren. We moeten hen net leren omgaan met de gevaren van het internet.”
Beke: “Ik ben wel voorstander van dit plan. We mogen de problematiek absoluut niet onderschatten. Von der Leyen gaf in haar speech zelf het voorbeeld van Oléa, een Belgisch meisje dat uit het leven stapte nadat ze in een rabbit hole was meegezogen. Ook ouders vragen naar ankers om te bepalen wat wel en niet kan. Ik heb zelf drie jonge kinderen, van wie er eentje 15 jaar wordt.”
Hoe gaat dat bij jullie thuis?
Beke: “Wij zijn heel streng, maar dat is niet evident. Je krijgt constant de vraag: waarom ik niet en anderen wel. Tijdens het schooljaar zitten ze op internaat en daar zijn zeer strenge regels, maar in de zomervakantie waren die regels plots veel moeilijker toe te passen. Ik heb me vaak afgevraagd hoe het zou zijn om elke avond die discussies te moeten voeren.”
Vautmans: “Ik heb twee kinderen, eentje van 13 en eentje van 15 jaar. Ook wij zijn streng. Ze mogen bepaalde dingen wel en andere dingen niet. Maar je weet gewoon dat dwingende regelgeving een schijnoplossing is. Jongeren zijn vindingrijk en omzeilen dat verbod. Als iets verboden is, wordt het alleen maar aantrekkelijker.”
Von der Leyen sprak ook veelvuldig over de kansen en bedreigingen van AI. Kan Europa daarin iets betekenen?
Beke: “Als je kijkt naar hoeveel er in Amerika en China wordt geïnvesteerd in AI, lopen wij hard achter. De vraag is hoe we ons in het debat kunnen zetten. Enerzijds moeten we regels opleggen, zodat we er niet allemaal aan ten onder gaan. Anderzijds moeten we zorgen dat we zelf meespelen. Daar heb je middelen voor nodig die de lidstaten niet altijd bereid zijn te geven.”
Beke: “Daarnaast biedt de technologie ook wel nieuwe opportuniteiten en zijn wij als regio ideaal gelegen. Limburg ligt in een driehoek tussen Imec in Leuven, ASML in Eindhoven, het Duitse Aken en het Rijn-Ruhrgebied. Hier zijn de fundamenten aanwezig om een Californië van Europa te worden.”
Alleen hangen regelgeving en een gebrek aan kapitaal als een molensteen rond onze nek?
Vautmans: “Vooral het gebrek aan een eengemaakte markt voor innovatie nekt ons. We hebben een eengemaakte markt voor chocolade en bier, maar niet voor innovatie. Dat moet er dringend komen. Als je vandaag een bedrijf opstart in Europa, zit je nog steeds met 27 verschillende vergunningsaanvragen in 27 verschillende landen. Bedrijven die willen groeien vertrekken veel te vaak naar de VS.”
Op die nagel werd in Alden Biesen al geklopt. Hoe ver staat het daarmee?
Vautmans: “We weten wat het probleem is en we kennen de oplossingen, maar we voeren het allemaal veel te traag uit. Hoe komt dat? Door de structuur van Europa. Heel veel blokkeert bij de Europese Raad, waarin alle lidstaten samenzitten.”
Beke: “Er zijn twee zaken die we moeten aanpakken en die von der Leyen ook in haar speech benadrukte. Enerzijds het ‘One Europe, One Market’-verhaal (Europees actieplan om de interne markt te versterken, red.), anderzijds een Europese kapitaalmarktunie. Daar moeten we echt op doorpakken. Het is inderdaad frustrerend om te zien dat we hier sterk zijn in de ontwikkeling van start-ups, maar dat die bedrijven uiteindelijk naar Amerika trekken. Dat moeten we in de tweede helft van deze legislatuur aanpakken.”
Minder plannen en meer uitvoeren?
Vautmans: “De woorden, de speeches en de kernpunten zijn zeker goed, maar het zal er nu op aankomen om ze ook te realiseren. Burgers en bedrijven moeten het voelen.”
Von der Leyen sprak over bedreigingen voor onze democratie. Die komen volgens haar van buiten de EU, maar ook van binnenuit. Doelde ze daarmee op extreme partijen zoals het Duitse AfD, ook al noemde ze hen niet bij naam?
Beke: “Ze voelden zich in elk geval aangesproken, aangezien ze begonnen te roepen op dat moment.”
De AfD behaalde een klinkende overwinning in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt en de CDU, de zusterpartij van CD&V, verloor ongezien hard. Hoe kijken jullie daarnaar?
Beke: “Met grote bezorgdheid. In een wereld die in brand staat, vragen burgers zich af hoe Europa hen gaat beschermen. Daarvoor zijn, naast grip krijgen op illegale migratie, twee zaken nodig: economische groei en een Europese defensie. Op beide thema’s geven de extreme partijen niet thuis.”
Welke lessen trekken jullie hieruit?
Beke: “De belangrijkste les voor mij is dat de window of opportunity nog maar zes maanden openstaat. In april zijn er Franse presidentsverkiezingen. En het ziet er niet naar uit dat Macron een opvolger zal krijgen uit zijn eigen kringen. We hebben dus zes maanden om ons te bewijzen. Ik hoop dat iedereen die sense of urgency voelt en beseft dat we nu ook de mooie ambities van von der Leyen moeten waarmaken.”
Vautmans: “Er zijn vandaag ook wel goede verhalen, kijk naar Zweden. Daar hebben partijen gewonnen die toch een radicaal pro-Europese campagne hebben gevoerd. Authenticiteit en een positief Europees verhaal blijven dus echt wel aanslaan. Ik ben daarin niet zo pessimistisch.”
Vanuit Marokko probeerden deze zomer bijna 50.000 mensen Europa te bereiken via de Spaanse enclave Ceuta. Na het incident vlogen de verwijten tussen Europese leiders over en weer. Een gemiste kans?
Vautmans: “Absoluut. Ik denk dat Europa daar gefaald heeft. We hebben een gezamenlijke Europese aanpak nodig en de instrumenten zijn er: het migratiepact, de terugkeerregulering, Frontex. Alleen moet het allemaal veel sneller gaan.”
Beke: “En daar ligt toch wel echt de verantwoordelijkheid van de lidstaten. We hebben de terugkeerverordening. Het is nu aan de lidstaten om die uit te voeren.”
Vautmans: “Het zijn inderdaad de lidstaten die nog veel te vaak op de rem gaan staan. Dan kunnen wij hier in het parlement wel veel gas geven, maar als zij remmen, gaan we niet vooruit.”
Interview door Liliana Casagrande en Adriaan Cartuyvels