De CVP werd CD&V. Ik was assistent aan de KU Leuven en werkte aan een doctoraat. Jo Vandeurzen (die me in Limburg aan het werk had gezien) had me op de radar van Stefaan De Clerck gezet. Tijdens een gesprek met hem eind juni 2001 vroeg hij me of ik de congrescommissie wilde voorzitten die het vernieuwingscongres van Kortrijk moest voorbereiden. Het waren mijn eerste stappen in de nationale politiek.
Ik aanvaardde, maar stelde mijn voorwaarden. Uiteraard zou een overleg met de fracties hierin belangrijk zijn. Maar ik wilde de eerste insteken met een groep jongeren doen en de vrije hand krijgen. Ik verzamelde een vijftiental jongeren rondom me, zoals Kris De Clerck, Cathy Berx, Ward Kennis, Nahima Lanjri, Jonathan Cardoen, Hendrik Bogaert, Annemie Turtelboom en Koert Debeuf.
Terwijl de Wetstraat in vakantiemodus ging, draaide de congrescommissie op volle toeren. Begin augustus kwamen de eerste lekken. “CVP-bruisers gaan fors de Vlaamse toer op”, zo kopte De Standaard. Drie thema’s zorgden voor commotie: het pleidooi voor een confederaal model, het homohuwelijk en het migrantenstemrecht. Vooral het migrantenstemrecht leidde tot commotie.
Andere voorstellen kregen minder media-aandacht, maar zouden later wel officieel beleid worden. Op het vlak van mobiliteit pleitten we bijvoorbeeld voor het STOP-principe. Op economisch vlak hielden we een warm pleidooi voor een nieuw soort ondernemerschap, SEED-ondernemerschap: sociaal, economisch, ecologisch en democratisch. Op het vlak van integratie stelden we een actief inburgeringsbeleid voor.
Tegenover de paarse burgerdemocratie van Verhofstadt pleitten de vernieuwingsteksten voor menselijke zekerheid en verbondenheid. Wie vandaag de uitdaging i.v.m. artificiële intelligentie ziet, kan alleen maar vaststellen hoe sterk de hunker naar menselijke zekerheid hieromtrent is. Het pleidooi voor verbondenheid werd in de media en door politieke tegenstanders afgedaan als ‘wollig’, maar de communautaristische visie erachter was en is vandaag nog wel degelijk een antwoord op de atomisering van onze samenleving. In 2007 zou ik in mijn boek ‘De mythe van het vrije ik’ deze ideologische gedachte verder uitwerken.
In die 25 jaar is er natuurlijk veel veranderd. Maar de basiscondities om een waardengedreven middenpartij uit te bouwen, die geen rechten zonder plichten ziet, een gemeenschapspartij die individuele vrijheid koppelt aan sociale verantwoordelijkheid, een partij die economische groei als basis ziet voor sociale vooruitgang, … zijn nog niet veranderd.