Opinie in Knack 29 september 2026 – Europa gold steeds als een van de sterkste biotechregio’s ter wereld, met een sleutelrol voor België. Die voorsprong smelt onder druk van de Verenigde Staten en China geleidelijk weg. Voor innovatieve bedrijven wordt het namelijk steeds moeilijker om hier financiering te vinden, hun onderzoek naar de markt te brengen en op te schalen. Zo verliezen we niet alleen terrein op vlak van welvaart en strategische autonomie, maar gaat dat ook ten koste van onze Europese patiënten.
Aan knappe koppen ontbreekt het ons niet. In 2022 kwam nog steeds 21 procent van de wetenschappelijke toppublicaties in de lifesciences uit Europa, onder meer in biomedisch onderzoek. Maar China investeert fors in onderzoek en ontwikkeling. Zo groeide tussen 2014 en 2024 de werkgelegenheid in farmaceutisch onderzoek daar gemiddeld met 4,2 procent per jaar, tegenover 0,7 procent in Europa.
Ook aan ondernemerschap geen gebrek, alleen slagen te weinig Europese bedrijven erin door te groeien op ons continent. We trekken amper 7 procent van het wereldwijde durfkapitaal voor medische biotech aan, tegenover 63 procent voor de Verenigde Staten en 14 procent voor China. Slechts één op de tien start-ups in medische biotech haalt meer dan 10 miljoen euro financiering op in Europa. Te vaak vinden bedrijven dat kapitaal buiten Europa.
Een pijnlijk gevolg daarvan is dat van de 67 Europese biotechbedrijven die tussen 2019 en 2025 naar de beurs gingen, er 66 kozen voor een beurs buiten de Europese Unie. Kennis omzetten in patiëntklare producten en grootschalige productie blijft zo de Europese achilleshiel. En dat heeft mogelijk gevolgen voor de toegang tot deze innovaties op de Europese markt.
Ons aandeel in commerciële klinische proeven daalt fors, terwijl het in de VS stabiel blijft en in China stevig groeit. Zo missen patiënten kansen op nieuwe behandelingen, trekken investeringen en expertise weg en worden we voor toekomstige geneesmiddelen afhankelijk van andere regio’s in de wereld.
Biotech Act
De Europese Commissie heeft daarom eind vorig jaar de Biotech Act voorgesteld. Het moet vooral aantrekkelijker worden voor Europese biotechbedrijven om hier ook door te groeien. Daarom wil ik als hoofdonderhandelaar voor het Europees Parlement op vier fundamentele punten vooruitgang boeken.
Ten eerste zullen strategische biotechprojecten een officiële erkenning krijgen waardoor ze makkelijker de weg vinden naar Europese financiering en sneller door administratieve procedures geloodst worden.
Daarnaast bouwen we een Europees ‘fonds der fondsen’ voor biotech, waarbij we publiek en privaat geld samenbrengen, met financiering op maat van biotechbedrijven in samenwerking met de Europese Investeringsbank.
Ten derde ligt voor echt vernieuwende behandelingen een jaar extra octrooibescherming op tafel, met voorwaarden die onderzoek en productie in Europa moeten stimuleren.
Tot slot wil de Biotech Act de goedkeuring van klinische studies versnellen en proeven in meerdere lidstaten eenvoudiger maken. Vandaag blijven bedrijven voor proeven in meerdere lidstaten botsen op verschillende nationale beoordelingen en procedures, met soms grote vertragingen en kosten tot gevolg.
Versnippering
Ondanks blijvende investeringen in onderzoek en ontwikkeling, zien we dezelfde fenomenen ook voor andere innovatieve bedrijven. Slechts 8 procent van de scale-ups wereldwijd is in de EU gevestigd.
Twee hindernissen keren telkens terug: een versnipperde markt en een gebrek aan groeikapitaal. Nochtans hebben we met onze interne markt van een half miljard inwoners en ons spaargeld precies de troeven in handen om die bedrijven hier groot te laten worden.
Met de afgesproken routekaart One Europe, One Market wil Europa de interne markt verdiepen en de regels vereenvoudigen. Maar alles moet sneller voelbaar zijn voor bedrijven. We moeten dringend de zogenaamde Terrible Ten aanpakken, de meest hardnekkige tien barrières op onze Europese interne markt zoals uiteenlopende verpakkingsregels, extra nationale eisen of formulieren en diploma’s die over de grens niet worden erkend. Vlaamse ondernemers weten hoeveel tijd en geld hen dat kost.
Ook het kapitaal is er. Alleen al op Belgische spaarrekeningen stond eind maart ruim 305 miljard euro. In de hele EU houden huishoudens zo’n 10.000 miljard euro aan op bankrekeningen. Bovendien komt er nog een gigantische opportuniteit op ons af. Door de vermogensoverdracht van de babyboomgeneratie zou in België tegen 2040 zo’n 1.200 miljard euro via erfenissen en schenkingen van generatie wisselen.
Laat een deel van die erfenissen ook de volgende generatie Europese (biotech-)bedrijven vooruithelpen. Geef erfgenamen een stevige korting op de erfbelasting als ze een substantieel deel van hun erfenis meerdere jaren beleggen in een fonds dat uitsluitend in Europese bedrijven investeert. Zo maken zij kans op een hoger rendement en vinden onze bedrijven kapitaal om hier te groeien. Waar wachten we op?