De Europese Commissie heeft haar eerste Europese strategie voor de veehouderij voorgesteld. Daarin erkent ze de strategische rol van de sector voor onze voedselzekerheid, onze economie en de toekomst van het Europese platteland. Dat is een belangrijke stap, zeker omdat de Commissie ook de problemen met vergunningen en Europese milieuwetgeving eindelijk expliciet benoemt.
Onze veehouders zorgen iedere dag voor hoogwaardige voeding en eiwitten, maar creëren tegelijk ook werkgelegenheid en bedrijvigheid in landelijke gebieden. De sector vertegenwoordigt ongeveer 40 procent van de Europese landbouwkundige toegevoegde waarde en stelt miljoenen mensen tewerk. Toch staan veel landbouwbedrijven onder zware druk door stijgende kosten, lage winstmarges, dierziekten, een gebrek aan opvolgers en steeds strengere regels.
Het is dan ook positief dat de Commissie met deze strategie wil werken aan een veerkrachtigere, competitievere en duurzamere veehouderij. Ze wil landbouwers beter beschermen tegen crisissen, innovatie stimuleren en de toegang tot financiering verbeteren. Ook het streven naar eerlijke inkomens en gelijke productiestandaarden voor Europese en ingevoerde producten is belangrijk. We kunnen van onze eigen landbouwers geen hoge normen eisen en tegelijk producten invoeren die niet aan dezelfde voorwaarden voldoen.
Dierenwelzijn moet economisch haalbaar blijven
De Commissie legt ook veel nadruk op dierenwelzijn en kondigt onder meer nieuwe regels aan voor legkippen, vleeskippen en varkens. Meer dierenwelzijn is belangrijk, maar de Commissie verwijst zelf naar studies waaruit blijkt dat zo’n transitie bijzonder duur kan zijn.
Nieuwe wetgeving moet daarom gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijs en gepaard gaan met voldoende overgangstermijnen en financiële ondersteuning. Landbouwers mogen niet opnieuw met bijkomende investeringen worden geconfronteerd zonder dat er rekening wordt gehouden met de economische haalbaarheid van hun bedrijf.
Rechtszekerheid voor Vlaamse landbouwers
Voor Vlaanderen is het vooral belangrijk dat de Commissie erkent dat Europese milieuwetgeving, zoals de nitraatrichtlijn en de habitatrichtlijn, vandaag voor grote problemen zorgt. Ze wil vergunningsprocedures versnellen en vereenvoudigen en komt dit jaar nog met de concrete opvolging van haar doorlichting van de habitatrichtlijn.
Wie investeert in duurzamere stallen, beter dierenwelzijn of lagere emissies, moet daarvoor ook een vergunning kunnen krijgen en op lange termijn rechtszekerheid hebben. Zonder een stabiel, voorspelbaar en duidelijk juridisch kader kunnen landbouwers niet plannen, investeren of hun bedrijf doorgeven aan een volgende generatie.
Ook de erkenning van dierlijke mest als waardevolle grondstof is positief. De Commissie wil het gebruik van RENURE uitbreiden en meer verwerkte dierlijke mest inzetten. Zo kunnen we onze veehouderij circulairder maken, minder afhankelijk worden van ingevoerde kunstmest en tegelijk bijdragen aan de productie van biomethaan.
Minder afhankelijk van ingevoerde eiwitten
Samen met de veehouderijstrategie stelde de Commissie ook een Europees actieplan voor eiwitten voor. Vandaag is slechts 25 procent van de eiwitten uit oliehoudende zaden en eiwitgewassen afkomstig uit de Europese Unie. Tegen 2035 wil de Commissie dat aandeel verhogen tot 35 procent.
Meer Europese eiwitproductie betekent dat we minder afhankelijk worden van invoer uit andere delen van de wereld. Dat versterkt niet alleen onze voedselzekerheid, maar biedt ook nieuwe kansen voor Europese landbouwers en voor innovatie binnen de volledige voedsel-, veevoeder- en energiesector.
De accenten in deze strategie liggen goed. Nu moeten ze worden omgezet in haalbare en voorspelbare regels die onze veehouders opnieuw rechtszekerheid, een eerlijk inkomen en perspectief voor de toekomst geven.