'Verwijt me wat je wil, maar niet dat ik zwalp' (Opinie in De Morgen)

maandag 13 maart

"Rot toch op met je Vlaamse identiteit", tweette Joël De Ceulaer afgelopen week. De hele rechterflank op Twitter schoot meteen in het defensief, en ook bij de N-VA werd de War Room geactiveerd - tot bleek dat hij het over mij had. Consternatie alom. Veelbelovend voegde meneer De Ceulaer eraan toe dat ik me aan een artikel kon verwachten met meer uitleg. Dat artikel is er intussen gekomen. Ik heb het gelezen. En ik moet toegeven: het komt keihard aan. Niet zozeer omdat hij mij nu doorverwezen heeft naar het rijk der afvalligen. Wel omdat zijn verwijt me raakt in mijn hart, in mijn DNA als christendemocraat. En omdat ik het fundamenteel onjuist vind om als zwalper te worden versleten, terwijl ik al jarenlang consequent een eigen verhaal vertel.

Tien jaar geleden schreef ik het boek De mythe van het vrije ik. Een titel die bij velen allicht vragen oproept, in een samenleving die sindsdien alleen nog individualistischer geworden is. Waarom is het 'vrije ik' een mythe? Omdat niemand zonder verbondenheid leeft. Mensen leven in gemeenschap met elkaar, ze hebben onderlinge banden waarin respect en solidariteit essentieel zijn. Dat herhaalde ik recent ook in mijn Nieuwe WIJ-essay: "Christendemocraten kiezen niet voor de absolute vrijheid van elke mens. De vrijheid van de mens wordt bepaald in relatie tot die van anderen en de samenleving. Het is een vrijheid in verantwoordelijkheid, voor zichzelf, ten aanzien van de ander, en voor de gemeenschap."

Het grotere kader waarbinnen ik die gemeenschap situeer, noem ik 'de Vlaamse identiteit'. Je mag het van mij ook 'Belgisch burgerschap' noemen, als je dat wil. Of het in een Europese geest plaatsen. Ik denk dat de titel ondergeschikt is aan de inhoud. En die is: om een betrokken samenleving op te bouwen, hebben we een sokkel van waarden en normen nodig die we delen met elkaar. Ik schrijf het letterlijk in Het moedige midden: "Zelfs een progressieve samenleving met verschillende mensen en culturele gemeenschappen heeft nood aan een gemeenschappelijk cultureel minimum. Om de rijkdom van de andere te zien, dient men zich te bevrijden van vooroordelen en van een exclusieve gerichtheid op de eigen persoon of groep. Ondanks toenadering is het niet altijd even eenvoudig om de ander te begrijpen en er harmonieus mee samen te leven. (...) De mate waarin je je met je eigen identiteit en waarden op een positieve manier openstelt voor anderen is een onderschatte component van datgene waartoe de eigen identiteit uitdaagt en appelleert. En dat geldt voor ieder die in Vlaanderen woont. Wie dat aspect van 'verbinding' naast zich neerlegt, woont beter op een eiland, buiten Europa."

Die 'Vlaamse identiteit' is een rekbaar begrip. Binnen het grotere geheel heeft elke mens een eigen, unieke identiteit. En die bestaat uit meerdere lagen. Je kan een Belgisch-Marokkaanse Vilvoordenaar zijn of een Limburgse Hollander. Je kan thuis Turks spreken en Nederlands op school. Het is niet omdat het uit de mond van Wouter Beke komt, dat met die 'Vlaamse identiteit' een grijze massa wordt bedoeld. Maar het betekent ook niet dat mensen niet op hun verantwoordelijkheden als unieke persoon in die samenleving mogen gewezen worden - wat die dan ook mogen zijn.

"Identiteit is geen kwestie van kiezen maar van delen", schrijf ik in mijn essay Het nieuwe WIJ. "Identiteit is geen afgesloten begrip dat vacuüm wordt verpakt. Identiteit is niet iets wat op een gegeven ogenblik 'af' is en nooit meer verandert. Identiteit is een proces. Zich identificeren. Het gaat om het actief leggen, onderhouden en eventueel verbreken van relaties en verbindingen. Maar om relaties te kunnen leggen, om bruggen te slaan, moet er gemeenschappelijkheid zijn." Een gemeenschappelijkheid waar het onderwijs een belangrijke rol in speelt, zoals Hilde Crevits vorige week terecht aangaf.

Taal is voor mij een belangrijke voorwaarde om die gemeenschappelijkheid te vinden. Het is de smeerolie tussen de mensen. Maar het is zeker niet de enige factor. Van respect voor de mensenrechten tot stoppen voor een rood licht. Van eerlijk je belastingen betalen naar eerbied voor de gelijkheid tussen mannen en vrouwen: ook dat zijn waarden en normen die elke burger, zonder onderscheid, moet uitdragen. Het is niet omdat deze week het belang van taal in de kijker kwam, dat al die andere factoren plots ondergeschikt zijn geworden.

Tegenover die individuele verantwoordelijkheid staat het recht om in onze identiteit en onze waardigheid gerespecteerd te worden. Om gelijke kansen te krijgen en een gelijke behandeling te mogen verwachten. Om onze godsdienst te beleven en onze eigenheid te behouden. Wie in het leven minder kansen heeft gekregen, geven we een extra duwtje in de rug. En tegen discriminatie zullen we resoluut optreden. Dat is ook de reden waarom ik Unia de voorbije tijd zo stellig verdedigd heb.

Het zou radicaal verkeerd zijn om van mensen met een migratieachtergrond andere verantwoordelijkheden te verwachten dan van mensen met een Vlaamse achtergrond - en het omgekeerde geldt evengoed. Pas dan krijg je A- en B-mensen. Elke burger draagt een verantwoordelijkheid in deze samenleving - of zijn ouders nu geboren zijn in Mechelen-Aan-De-Maas of in Chakamaka. En elke burger moet zijn rechten kunnen uitoefenen, zonder onderscheid en zonder discriminatie. Ik begrijp oprecht niet wat er verkeerd aan is, dat te eisen. Ik zou de vraag ook omgekeerd willen stellen aan meneer De Ceulaer: waar in mijn verhaal leest hij een onderscheid tussen burgers op basis van hun afkomst? Ziet en creëert hij dat onderscheid niet juist zelf, door een verhaal over de Vlaamse identiteit meteen te zien als een verhaal waarin mensen met een migratieachtergrond geen plaats hebben?

Als Joël De Ceulaer me nu opeens zegt op te rotten met mijn Vlaamse identiteit, dan heeft hij mijn boeken in het verleden misschien niet goed gelezen. Want dit is het verhaal dat ik al jarenlang verdedig, en steeds verdedigen zal. Verwijt me dus wat je wil, maar niet dat ik zwalp of de polarisering op zoek.

Ik zie ook de Twitter-pagina van meneer De Ceulaer. En ik zie dat hij nog meer bagger over zich heen krijgt dan de gemiddelde politicus. Als je voor de populariteitspunten gaat, loont het meer om hoerakreten te uiten wanneer een Syrisch gezin geen visum krijgt, dan om een positief diversiteitsverhaal te verdedigen. Dat hij desondanks met rechte rug blijft strijden voor zijn zaak, vind ik lovenswaardig. Maar, beste meneer De Ceulaer, kies de juiste strijd.

Van reacties op Twitter heb ik allang geen schrik meer, want je computer kan je uitzetten, maar je overtuigingen niet. Ook ik heb mijn verhaal steeds verdedigd en zal dat blijven doen. Omdat ik als christendemocraat en als personalist geloof in de waarde van elke mens. Het werd in 1945 opgetekend in het kerstprogramma van de CVP, na de horror van de totalitaire regimes tijdens de Tweede Wereldoorlog. En het is ook vandaag nog steeds het ankerpunt van ons mensbeeld en ons beleid. Ongeacht zijn afkomst, voor ons telt elke mens.

Volg Wouter

Facebook   Twitter LinkedIn Logo Youtube

Twitter