Tussenkomst over de overdracht van bevoegdheden (Senaat, 27/11/2013)

woensdag 27 november


Dames en heren,

Vandaag bespreken wij de zesde staatshervorming.

Sinds 1970 heeft ons land vijf staatshervormingen gekend. 
In 1970 werd ons land in 4 taalgebieden ingedeeld en het principe van de culturele autonomie erkend en de gewestvorming werd vastgelegd. De eerste vier huidige grondwetsartikelen hebben toen vorm gekregen.

In 1980 kwam de tweede staatshervorming en dit na de mislukte pogingen in de jaren zeventig met de voorlopige gewestvormingen en het Egmontpact. In 1980 worden de gewestraden voorlopig vastgelegd, de culturele autonomie vergroot, de mogelijkheid om eigen decreten uit tee vaardigen met dezelfde rechtskracht als een nationale wet, de oprichting van een arbitragehof, het toezicht op de lokale besturen. De gemeenschappen en gewesten kregen circa 10 procent van de middelen toegewezen om een eigen beleid te kunnen voeren.

In 1988 werden de bevoegdheden verder uitgebreid met het onderwijs, werd de bevoegdheid van het arbitragehof uitgebreid, werd een akkoord bereikt over het statuut van Brussel én een nieuwe financieringswet ingevoerd. De middelen van de deelstaten stegen van 10 procent naar circa 23 procent. De gemeenschappen en gewesten werden bevoegd voor 21,5 milard aan uitgaven. Het federale niveau bleef bevoegd voor 32 miljard.

Bij de vierde staatshervorming van 1993 werd opnieuw een belangrijke stap in de staatshervorming gezet. In de grondwet staat sindsdien dat België een federale staat is. De structuur van de senaat werd aangepast, de deelstaten kregen nu een rechtstreeks te verkiezingen parlement. Zij kunnen sindsdien eigen verdragen sluiten en krijgen op het vlak van buitenlandse handel bevoegdheden.

Bij de vijfde staatshervorming komen er nog enkele bevoegdheden bij zoals deze voor landbouw, buitenlandse handel en het toezicht op de ondergeschikte besturen. 
Al deze staatshervormingen hebben het unitaire België omgevormd tot een Federale Staat. Telkens werd een grotere autonomie aan de deelgebieden toegekend met het doel een beter bestuur op alle beleidsniveaus mogelijk te maken.
De zesde staatshervorming versterkt verder de gemeenschappen en gewesten in ons land. 

Is deze staatshervorming historisch?

Ik citeer uit de meest recente studie over de zesde staatshervorming want professor Decoster van de KULeuven gebruikt inderdaad het wordt ‘historisch’ in zijn wetenschapplijke appreciatie hiervoor. Ik citeer: “wanneer deze staatshervorming in voege zal treden, worden de uitgaven van gewesten en gemeenschapen voor het eerst veel belangrijker dan de federale uitgaven. Het aandeel van de federale overheid neemt af tot 21,4 % van de gezamenlijke uitgaven, terwijl dat van gewesten en gemeenschappen oploopt tot 31,7 %. Voor het eerst komt de sociale zekerheid in het vizier van de decentralisering. Iets meer dan 75 % van de nieuw overgedragen bevoegdheden valt onder de RSZ-paraplu. Daardoor neemt het aandeel van de sociale zekerheid in de gezamenlijke overheidsuitgaven significant af van op dit moment nog meer dan 40 % tot 33,8 %. De zesde staatshervorming doet de uitgaven van de gewesten en gemeenschappen toenemen met 18,9 miljard: van 45,8 tot 64,7 miljard”.

Hiermee wordt het zwaartepunt in besteding van middelen inderdaad verlegd. 
Naast een overdracht van bevoegdheden houdt deze zesde staatshervorming ook een aantal belangrijke institutionele wijzigingen in:
- het kiesarrondissement Brussel Halle Vilvoorde is gesplitst; 
- de senaat is hervormd tot een senaat van de deelstaten
- er komt een eigen Vlaams parket voor Halle Vilvoorde 
- er is een nieuwe financieringswet
- er komen rechtstreekse vertegenwoordigingen van de deelstaten in tal van federale bestuursorganen.
- Hervorming van de koninklijke dotaties

Al deze componenten samen doet me zeggen dat dit, inderdaad, de grootste staatshervorming is die we tot nog toe hebben gerealiseerd. De vroegere staatshervormingen hadden een belangrijke betekenis omdat ze nu eens belangrijke bevoegdheden overhevelden, zoals in 1980 en 1988, dan weer gezorgd hebben voor grote institutionele wijzigingen, zoals in 1993. Maar geen enkele staatshervorming heeft én belangrijke bevoegdheden overgeheveld, én de instellingen hervormd, én een nieuwe financieringswet tot stand gebracht én de regio’s een sterkere vertegenwoordiging laten brengen op het federale beleid.

Sinds 1999 groeit het besef dat een nieuwe stap in de staatshervorming noodzakelijk is. In het Vlaams parlement zijn er toen resoluties gestemd met de ambitie voor deze nieuwe stap. 

- in de eerste resolutie die gaat over de algemene uitgangspunten en doelstellingen van Vlaanderen inzake de volgende staatshervorming wordt opgeroepen om te komen tot een overdracht van bevoegdheden die zorgt voor coherentie bevoegdheidspakketten, meer financiële en fiscale autonomie maar ook beklemtoont de solidariteit behouden dient te blijven. We hevelen de ouderenzorg over, de kinderbijslag waardoor het volledige gezinsbeleid in de toekomst door de gemeenschappen kan bepaald worden, door de fiscale aftrekken van de woonbonus maar ook huurwetgeving het hele huisvestingsbeleid gewestelijke materie wordt, het volledige doelgroepenbeleid wordt overgeheveld, etc. Deze resolutie vroeg ook om meer constitutieve autonomie. Die wordt nu uitgebreid. En tenslotte vroeg deze resolutie om de senaat op te bouwen op basis van de deelstaten. Dit behelst deze hervorming.

- in een tweede resolutie wordt meer concreet gevraagd naar meer fiscale autonomie. De nieuwe financieringswet zorgt voor meer autonomie, een sterkere responsabilisering, een grotere stabiliteit en behoudt een transparante solidariteit. De resolutie vraagt ook dat de globale budgettaire saneringsinspanningen gerespecteerd worden. Ook dit gebeurd in de nieuwe financieringswet. De tweede resolutie spreekt ook over de bijzondere financieringsnoden van het Brussels Hoofdstedelijk gewest en over de noodzaak om voldoende middelen over te houden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de federale overheid.

- In de derde resolutie die gaat over Brussel wordt opgeroepen om zich te houden aan de definitief vastgelegde grenzen van Brussel. Dat doen we: er is geen uitbreiding van Brussel gekomen, geen corridor. Wat de Vlamingen in Brussel betreft, keren we terug naar de bescherming van de Vlamingen zoals die voor de Lombard akkoorden golden.

- In de vierde resolutie wordt opgeroepen om de overheveling te doen van het gezinsbeleid en een meer coherentie bevoegdheidsverdeling om zelf een actief werkgelegenheidsbeleid te voeren. Beiden kennen nu een uitvoering. Met betrekking tot het gezondheidsbeleid worden de deelstaten bevoegd voor de hulp aan personen met een handicap, de erkenningsnormen voor ziekenhuizen alsook de ziekenhuisinfrastructuur en de investeringskosten, het ouderenbeleid, de long-term care revalidatie, de geestelijke gezondheidszorg, de preventie, de organisatie van de eerstelijnsgezondheidszorg en de erkenning en subquota van de gezondheidszorgberoepen. Ook de interuniversitaire attractiepolen, het participatiefonds, etc betreft worden de regio’s bevoegd zoals in deze resolutie gevraagd.

- In de laatste resolutie wordt oa gevraagd dat de deelstaten mee bevoegd worden voor het justitiebeleid. De deelstaten zullen in de toekomst mee bevoegd worden voor de bepaling en coördinatie van het vervolgingsbeleid. Het justitieel welzijnsbeleid komt over naar de deelstaten zoals gevraagd.
Met deze zesde staatshervorming wordt dus grotendeels tegemoet gekomen aan de Vlaamse resoluties zoals veertien jaar geleden gevraagd.

En dit alles zonder in te gaan op resoluties zoals gestemd in andere parlementen of eisen op andere plaatsen geuit: geen invoering van een federale kieskring, geen ratificering van minderhedenverdragen, geen invoering van tweetalige lijsten, geen voorafgaande benoeming van burgemeesters in de Vlaamse rand.

Op 12 oktober 2011 heeft de minister-president namens de voltallige Vlaamse regering verklaard, en hierbij zelfs gesteund door twee oppositiepartijen, dat Vlaanderen dankzij deze zesde staatshervorming nieuwe bevoegdheden zal krijgen en de octopusnota, onderdeel van het Vlaams regeerakkoord, hiermee uitvoering kent. Ik citeer: “in essentie wil het Vlaams communautair programma zoals verwoord in de octopusnota een verantwoordelijk beleid op maat tot stand brengen, rekening houdende met de grote maatschappelijke uitdagingen. Door het akkoord over de zesde staatshervorming wordt daar invulling aan gegeven.”

Het Institutioneel Akkoord voor de Zesde Staatshervorming van 11 oktober 2011 heeft tot doel een efficiëntere Federale Staat en een grotere autonomie voor de deelstaten te bewerkstelligen en voorziet in een groot aantal beleidsdomeinen bevoegdheden over te dragen naar de gemeenschappen en de gewesten.

Dit voorstel van bijzondere wet geeft hieraan uitvoering door bevoegdheden voor een totale omvang van om en bij 20 miljard euro over te dragen naar de deelstaten. Het gaat om een ‘gigantische’ hoeveelheid aan bevoegdheden zoals collega Jambon in de zevende dag van 20 oktober jl heeft gezegd.

Deze zesde staatshervorming laat doe dat de deelstaten van wieg tot het graf het leven van de mensen zullen kunnen bepalen: van de geboortepremie tot de rusthuizen.
De gemeenschappen krijgen bijkomende bevoegdheden inzake gezondheidszorg en hulp aan personen, meer bepaald inzake 
- De Hulp aan personen met een handicap
- De erkenningsnormen voor ziekenhuizen alsook de ziekenhuisinfrastructuur en investeringskosten
- Het ouderenbeleid
- De long-term care revalidatie
- De Geestelijke gezondheidszorg
- Preventie
- De Organisatie van de eerstelijnsgezondheidszorg
- En de erkenning en subquota van de gezondheidszorgberoepen.

Inzake justitie, wordt het jeugdsanctierecht een gemeenschapsaangelegenheid, wordt aan de deelstaten in het kader van het vervolgingsbeleid een positief injunctierecht toegekend en worden de justitiehuizen overgedragen naar de gemeenschappen.

Ook de kinderbijslag, de geboortepremies en de adoptiepremies worden overgedragen naar de gemeenschappen. In Brussel zal de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd zijn. De Duitstalige Gemeenschap wordt eveneens bevoegd voor de kinderbijslag, de geboortepremies en de adoptiepremies.
Het Institutioneel Akkoord voor de Zesde Staatshervorming van 11 oktober 2011 voorziet in een uitbreiding van de bevoegdheden van de deelstaten met betrekking tot de arbeidsmarkt. Deze uitbreiding strekt ertoe sommige van de aspecten van de organisatie en het beleid inzake de arbeidsmarkt over te dragen waarvoor de deelstaten nog niet bevoegd waren.

Zo worden de deelstaten bevoegd inzake 
- de controle op de beschikbaarheid, 
- de vrijstellingen van beschikbaarheid in geval van studiehervatting of het volgen van een beroepsopleiding, 
- het doelgroepenbeleid, 
- arbeidsbemiddeling, 
- het betaald educatief verlof en industrieel leerlingwezen, 
- loopbaanonderbreking in de openbare sector,
- Economische migratie,
- De startbaanovereenkomsten en een reeks andere programma’s, zoals deze inzake de sociale economie worden eveneens overgedragen;

- Inzake het openbaar ambt, krijgen de deelstaten door een aanpassing van de bijzondere wet op de hervorming der instellingen de bevoegdheid over het administratief en geldelijk statuut van hun ambtenarenkorps en worden ze bevoegd om uitzendarbeid in hun respectieve overheidsdiensten en lokale besturen toe te staan.
Verder worden inzake telecommunicatie, filmkeuring, energie en leefmilieu, huisvesting, landbouwbeleid, economisch en industrieel beleid, de provincies, dierenwelzijn, mobiliteit en verkeersveiligheid, onteigening en aankoopcomités, openbaar ambt, biculturele aangelegenheden van gewestelijk belang en de veiligheid in Brussel vanaf 1 juli 2014 de bevoegdheden van, naar gelang het geval, de gemeenschappen en de gewesten uitgebreid. Verder zal het toezicht op het principe van de federale loyauteit aan het Grondwettelijk Hof worden toevertrouwd.

Collega’s,

We hebben tijdens de besprekingen veel kritiek gehoord en we zullen het de komende dagen allicht nog aanhoren: bric à brac, de schoonmoeder die toekijkt – sommige leden hebben een echt schoonmoedercomplex, …

In plaats van slogans citeer ik liever het het advies van VLABEST: de Vlaamse adviesraad voor bestuurszaken: “de Raad deelt de mening van de Vlaamse administratie dat de staatshervroming een grote opportuniteit is om de naar Vlaanderen doorgeschoven bevoegdheden te herbekijken en te hervormen op maat van de Vlaamse cultuur, behoeften en bestuurlijke principes. Het is een gigantische operatie met een heel strakke timing. Heel wat bevoegdheden worden trouwens op federaal niveau op een heel kwaliteitsvolle manier opgenomen, de overname door Vlaanderen mag er niet toe leiden dat de kwaliteit verminderd. VLABEST is van mening dat de staatshervorming voor Vlaanderen de kans op een echte transformatie bidet”.

En in een VIVES studie (15) staat dat deze staatshervorming met de grotere bevoegdheidsdecentralisatie, meer fiscale autonomie en flexibiliteit kunnen een eerder gunstig effect uitoefenen op de regionale rentevoeten, overheidsrisicopremies en op de ratings van de redietwaardigheid door kredietratingagentschappen.

Maar dat het bric à brac is, niet genoeg is en dat er toegevingen worden gedaan is een discours dat bij elke staatshervorming terugkomt.

De kritiek komt uit dezelfde hoek als de voorbije decennia ook kritiek had op de voorbije staatshervormingen: voor hen zijn ze nooit ver genoeg gegaan, is er teveel toegegeven, is de idee en het woord alleen al van een compromis een onkuise gedachte.
Ik kom niet uit die stal en behoor niet tot die groep: ik geloof wel in hervormingen stap voor stap. Of ze nu in Europa plaatsvinden of in ons land, of ze nu sociaal-economisch zijn of communautair, geen revolutie maar wel een duidelijke en onomkeerbare evolutie.
En hebben die hervormingen de Vlamingen de voorbije dertig jaar gekost of opgeleverd? Als de economische groei sinds de jaren 80 systematisch 0,5 à 1 % hoger lag in Vlaanderen, de armoede gedaald is, het inkomen gestegen is, de buitenlandse investeringen zijn toegenomen. Dan heb ik niet de indruk dat al die zogenaamd verwerpelijke staatshervormingen gekost maar wel opgebracht hebben: opgebracht in welvaart en welzijn, opgebracht in culturele verheffing van het volk en sociaal-economische welstand.

Ik heb de eer gehad tijdens de voorbije formatiebesprekingen een tijdlang koninklijk onderhandelaar te zijn geweest. Toen heb ik een kader uitgetekend en in een eindverslag aan de Koning voorgelegd waarvan de huidige wetsvoorstellen in grote lijnen de legistieke vertaling zijn.

Is dit de laatste staatshervorming. Natuurlijk niet. Maar het is wel een enorme stap.
En het is een stap die via dialoog en overleg is tot stand gekomen. Niet eenzijdig.
Er zijn er die het land willen veranderen en hervormen om het een toekomst te geven. Anderen willen het veranderen om het af te breken en op te heffen. De stemming die morgen zal plaatsvinden zal niet alleen gaan over voor of tegen de zesde staatshervorming. Het is ook een stemming over hoe men finaal de toekomst van ons land ziet.

Volg Wouter

Facebook   Twitter LinkedIn Logo Youtube

Twitter