Toespraak 11 november 2015, Leopoldsburg

woensdag 11 november

Op 11 november 1918 werd om 5 uur ‘s ochtens in het Bos van het Franse Compiègne in een treinwagon de overgave van Duitsland getekend door de Franse generaal Foch en een Duitse delegatie.

Hiermee kwam een einde aan een oorlog die begonnen was met een schot in Sarajevo maar de hele wereld met zich heeft meegesleurd. Een oorlog diein totaal meer dan 20 miljoen dodelijke slachtoffers zou eisen.  Twintig miljoen mensen.  Twee keer het aantal inwoners van ons land vandaag.  Volledig weggevaagd. 

Tweehonderd vijftigduizend Belgen vluchtten met boten en bootjes richting Engeland.  Driehonderd duizend Belgen vluchtten naar Frankrijk. 

Meer dan één miljoen Belgen sloeg toen op de vlucht richting Nederland. 1 op vijf Belgen ontvluchtte het land en de oorlog.

Nederland was neutraal gebleven in het conflict en dus niet betrokken in de Eerste Wereldoorlog. Omwille van het hoge aantal vluchtelingen, bouwde Nederland vluchtelingenkampen.  In barakken werden de Belgische oorlogsvluchtelingen opgevangen.

Omdat Nederland de vluchtelingenstroom wilde inperken, werd een 200 kilometer lang stroomhek geplaatst tussen Nederland en België.  3.000 mensen probeerden toch nog het oorlogsgeweld te ontkomen en werden door deze hekken geëlektrocuteerd.

Bed, bad, brood kregen de Belgen in de Nederlandse barakkenkampen.  Maar op veel mededogen moesten ze niet rekenen.  Veel Nederlanders waren die Belgische vluchtelingen liever kwijt dan rijk.

Ook uit Leopoldsburg vluchtten veel inwoners.  De Duitsers hadden het militair kamp ingenomen om er Duitse soldaten op te leiden alvorens ze naar het front aan de IJzer te sturen.  Maar de Duitse bezetters bepaalden ook het burgerlijke leven in het dorp.  Ze eisten woningen op en stelden hun regels.  Hierop verlieten ook veel van onze eigen mensen ons dorp.

Het einde van de oorlog was niet alleen het einde van een gewapend conflict tussen naties en legers, maar ook het einde van een menselijk drama voor miljoenen mensen die have en goed hadden achtergelaten.

Sinds twee weken hebben wij een noodasielcentrum in onze gemeente.  101 jaar nadat anderhalf miljoen mensen België ontvluchtten door de Eerste Wereldoorlog, waarvan honderden mensen in onze eigen gemeente, lijkt het alsof de mensheid nog niets heeft bijgeleerd en de geschiedenis zich herhaalt. 

We zien dezelfde foto’s als honderd jaar geleden met mensen te voet op de vlucht. 

We zien dezelfde foto’s als honderd jaar geleden met mensen in gammele bootjes. Ditmaal niet om de Noordzee over te steken richting Engeland maar de Middellandse Zee richting Europa.

We zien dezelfde foto’s als honderd jaar geleden met hekken en prikkeldraad die worden opgetrokken om grenzen af te sluiten.

Maar nu zijn de rollen omgedraaid.  Nu worden wij verplicht om oorlogsvluchtelingen op te vangen.  En verplicht in de dubbele betekenis van het woord.  De regering heeft onze gemeente, net zoals bijna alle andere gemeenten waar militaire kazernes zijn, verplicht om een noodasielcentrum te openen.  Maar we zijn het ook moreel verplicht. 

Want wie van ons zou opnieuw willen meemaken wat onze grootouders of overgrootouders honderd jaar geleden hebben meegemaakt?  Woningen ingenomen door bezetters moeten achterlaten, woningen beschadigd of vernield door oorlogsgeweld moeten achterlaten, alles wat je had opgebouwd moeten achterlaten omwille van een conflict dat op duizend kilometer van hier begonnen was met een schot in Sarajevo?

Wie zou zoals onze grootouders of overgrootouders willen meemaken dat we te voet, met de fiets, in een bootje, met in het beste geval één koffer of zak met wat kleren in, alles en iedereen zouden moeten achterlaten omwille van het oorlogsgeweld?

Wie zou zoals onze grootouders of overgrootouders willen meemaken dat men terecht komt in barakken?  Om in het beste geval gedoogd te worden in het land waar men is terecht gekomen?  Vaak achternagekeken en soms zelfs beschimpt?

Mogen wij niet van geluk spreken dat de rollen omgekeerd zijn?  Dat we ontwapenend gastvrij kunnen zijn en kunnen geven in plaats van gedwongen te worden te overleven op basis van wat we krijgen?  Dat we vluchtelingen kunnen opvangen in plaats van, zoals onze grootouders en overgrootouders, vluchteling te zijn?

Er zijn vandaag wereldwijd 60 miljoen vluchtelingen.  De wereld kende sinds de Tweede Wereldoorlog nooit méér vluchtelingen dan vandaag.  Klimaatopwarming doet oogsten vernietigen en bevolkingsgroepen in beweging zetten omdat het voor hen een kwestie van overleven is.  De oorlogen in Midden-Afrika, het Midden-Oosten, de conflicten in Noord-Afrika.

Ik wil ook niet naïef zijn. Natuurlijk kunnen wij in België niet iedereen opvangen.  We kunnen zelfs niet met heel Europa het vluchtelingenleed van de hele wereld dragen.  We kunnen ook in onze eigen gemeente niet iedereen een plaats geven. Enkel wanneer mensen niet meer hoeven te vluchten, hebben we een oplossing ten gronde.

Dear ladies and gentlemen,

Today, we’re remembering the victims of the First and Second World War.  We think about the sorrow we have suffered, and the soldiers who shed their blood and lost their lives for the greater cause. Peace, prosperity and well-being in Europe. Let us also remind that even to this day millions of people are affected by horrible wars. They run away from their country, trying to escape violence, misery and danger. Those people only have one dream: to live in a better world, to live in a country where they can feel safe. Let us not just cherish this dream together. Let’s make it happen. Every one of us, everyday, each in his or her own way.

Volg Wouter

Facebook   Twitter LinkedIn Logo Youtube

Twitter