Inleefreis Tanzania: mijn dagboek

vrijdag 1 december

 

Inleefreisverslag Tanzania

 

Van 27 november tot 4 december trokken we met 11 CD&V ambassadeurs naar Tanzania om ter plaatse kennis te maken met de lokale werking van Trias.  Trias is een internationale ontwikkelingsorganisatie die ondernemende mensen in het Zuiden steunt onder het motto ‘Dromen worden Kansen’. 

CD&V is een structurele partner van Trias.  Dit wil zeggen dat 5 procent van het lidgeld wordt doorgestort naar Trias. 

 

Maandag 27 november

Maandag is een volledige reisdag.  Om zes uur verzamelen we in de inkomhal van Zaventem.  Met een tussenvlucht in Schiphol vliegen we naar de Kilimanjaro International Airport nabij Arusha.   Na een volledige dag vliegen komen we rond 22u lokale tijd aan in Tanzania.  Na de nodige papieren te hebben ingevuld en controles te hebben doorstaan, blijkt dat onze bagage niet is aangekomen.  Allicht ergens in Schiphol achtergebleven.  Hopelijk komt die een dag later mee.  Onzekerheid troef.  Maar we laten het niet aan ons hart komen.  Na een rit van een uurtje komen we rond 23u30 aan in Arusha waar we overnachten.

 

Dinsdag 28 november

 

Turning dreams into opportunities

Vandaag onze eerste werkdag in Tanzania.  We beginnen met een bezoek aan Trias Tanzania.  We ontmoeten er Bart Casier, de landenverantwoordelijke van Trias.  Hij zal ons de komende dagen begeleiden. Trias onderteunt hier 15 000 boeren, 2 000 ondernemers en 12 000 nomadische herders om op eigen benen te staan.  In totaal versterken ze zo 150 000 mensen en families.  Turning dreams into opportunities’ luidt het motto van Trias.  Mensen leren hun eigen dromen te realiseren.

 

YEP

Na het bezoek aan Trias gaan we naar enkele lokale startende ondernemers.  Zo ontmoeten we Diana, een vrouw die enkele jaren geleden een wijnbrouwerij is begonnen en nu oa met de steun van Trias zelfs Tanzaniaanse wijn exporteert naar Finland.  ’s Middags lunchen we in de Living Garden: een begroeide rivierbedding in Arusha dat vroeger één grote vuilnisbelt was maar niet helemaal opgekuist is en opnieuw een groene oase in de stad geworden is.

Een zeepmaker en een schoenmaker die via een YEP trainingsprogramma leren ondernemen: inkomsten en uitgaven leren beheren, een businessplan leren opstarten, opportuniteiten leren zien.  En ook een bezoek aan het Yep Training Centre vanuit het niets leren te ondernemen en zo opportuniteiten te leren ontdekken om hun eigen dromen  waar te maken en een beter leven voor zichzelf en hun families uit te bouwen.

 

Woensdag 29 november

 

TCCIA als hefboom

Om 8 u ’s morgens vertrekken we vanuit Arusha noordwaarts richting Keniaanse grens.  Onze eerste halte is in Longido waar we een gesprek hebben met Toba Nguvik, de District Executive Director van de regio.  Hij is verantwoordelijk voor een gebied zo groot als de helft van Vlaanderen.  Er wonen 130 000 mensen waarvan 95 % nomadische herders.  Zijn grootste probleem?  Water!  Het is een bijzonder droge streek en de klimaatopwarming is voelbaar.  Door de warmteopwarmingen is er minder voedsel voor de veestapels (vooral geiten en runderen).  Als er geen vee is, is er geen eten.  En als er geen eten is, slaan mensen op de vlucht.

We rijden wat verder naar Namanga, een grensdorpje met Kenia.  We spreken er met de lokale kamer van koophandel: in het dorpje zijn er geen banken en een volwaardige overheid is er ook niet.  Dankzij Trias kan de lokale Kamer van Koophandel (TCCIA of Tanzania Chamber of Commerce, Industries and Agriculture) ondernemers een lening geven. Op ten laatste zes maanden moet die lening terugbetaald worden.  Maar het laat hen wel toe goederen te kopen, te investeren in infrastructuur en zo goederen terug te verkopen en daarmee de leningen terug te betalen.  Trias zorgt niet alleen mee voor deze microkredieten, maar is ook een stevige steun door het ter beschikking te stellen van haar capaciteit om leningen en kredieten te verschaffen, trainingen te organiseren over hoe businessmodellen op te starten, etc. We bezoeken achtereenvolgens een kapsalon, enkele kruideniers en een stoffenwinkel.

 

’s Namiddags bezoeken we het Youth Business Centre georganiseerd door Vicoba (Village Community Bank).  We krijgen een warm onthaal met dansende en zingende Masaïvrouwen.  Zij bieden ons een heerlijke zelfgemaakte maaltijd aan en nadien krijgen we een inleiding in hun werking.  Jonge Masaïmensen worden er danzij Trias opgeleid om hun talenten te ontwikkelen. Trias steunt financieel maar ook met advies.  Bovendien stelt ze haar expertise ter beschikking om de organisatie zelf professioneel te organiseren. Sierraden worden op die manier vervaardigd en naar Zweden geëxporteerd.  Er wordt honing gemaakt , bloem gemaakt en schoenen gefabriceerd.  De opleidingen gebeuren in groep, maar het doorstarten van een eigen zaak(je) gebeurt individueel.

 

Uit dankbaarheid voor de steun van Trias en ons engagement voor Trias kreeg elk lid van de delegatie een symbolisch geschenkje: een polsbandje.  Ikzelf kreeg uit dankbaarheid een gekleurde stok  die leiderschap moet uitstralen in de Masaïcultuur.  Naast de stok werd me ook veel leiderschapskracht toevertrouwd.  Ben benieuwd op de stok zijn werk zal doen in België!

 

Bij het afscheid werden we uitgenodigd om een boom te planten: de boom staat voor leven en vruchtbaarheid.  Het is symbolisch en terzelfdertijd ook effectief want het Youth Business Centre wil ook starten met het bewerken van groenten en fruit op de eigen site.

Na ons bezoek rijden we verder richting Kitumbeine waar we zullen overnachten.  Richting onze lodge doorkruisen we een steppe waar de Masaï wonen en rondzwerven maar ook dieren zoals Giraffes en antilopes thuis houden.

 

Donderdag 30 november

De ochtend start met een bezoek aan een ‘boma’, een lokale masaï-leefgemeenschap.  We worden ontvangen door de geestelijke leider van de groep die meer dan 100 mensen omvat.  Masaï leven in gemeenschap.  De mannen zijn halve nomaden: ze volgen de veestapels (vooral geiten en koeien) halverwege het jaar naar de plaatsen waar er voor hen voedsel is.  In het regenseizoen zijn ze met andere woorden thuis, in het droge seizoen trekken ze erop uit.  De vrouwen wonen met hun kinderen in een boma.  De mannen verblijven er maar de helft van het jaar.  Bovendien behoort de polygamie tot de masaïcultuur.  Een man heeft meerdere vrouwen.  Met andere woorden ook als de man in een boma verblijft, wisselt hij regelmatig van hut.

 

Maisha Bora

Na dit bezoek maken we een bijeenkomst mee van dertig masaïvrouwen.  Opnieuw worden we hartelijk ontvangen door masaïvrouwen die met zang en rituele dansen ons verwelkomen.  Karibu!

Wekelijks komen zij samen onder een boom rond het project Maisha Bora dat door Trias ondersteunt wordt.  Maisha Bora is een soort spaar- en rentekas gecombineert met een mutualiteit.  Wekelijks moeten zij 500 shilling (0,2 cent) opzijleggen en zo wordt een sociale kas opgebouwd.  Wanneer één van de vrouwen of een familielid een tegenslag heeft (naar een dokter of ziekenhuis in de stad moet, een deel van de veestapel dat door ziekte omkomt, etc.) dan kan de groep beslissen om de sociale kas aan te spreken.  Daarnaast worden er ook leningen gegeven om te kunnen investeren.  Dit kan gaan om een soort van overbruggingskredieten (want wie leeft van de opbrengst van de veestapel heeft in het ene seizoen inkomsten, maar in het andere seizoen niet of minder), leningen om te investeren om hen toe te laten zelf handeltjes op te zetten.  Er wordt samen besproken welke projecten een lening krijgen. 

Een belangrijke hefboom om te kunnen handelen is het ‘mobile banking’.  Hoewel ze zeer primitief in hutten leven, is de mobiele telefoon ingeburgerd.  Internet is in deze streken niet aanwezig maar het gewone mobiele telefoonnet is redelijk goed uitgebouwd.  De gsm wordt niet alleen gebruikt om te bellen, maar ook om mobiel te kunnen betalen.  Er zijn geen banken in de buurt, en dus heeft de gsm de rol van de bank overgenomen.  Met een eenvoudige sms kan er geld van de ene naar de andere worden overgeschreven.

Na de vergadering worden we met de hele delegatie gevraagd recht te staan.  Als dank voor ons bezoek en onze steun aan Trias die dit Maisha Bora project mogelijk maakt, krijgen we allemaal een schouderdoek om ons heen en een versiert kruis om de hals.  Zelf krijg ik daarnaast ook nog een versierde stok met een paardenstart.  Het is een stok die me gezag moet geven in de groep en moet inspireren om de juiste beslissingen te nemen!

 

Na dit bezoek rijden we terug naar Kitumbeine.  We worden er ontvangen door de lokale burgemeester en secretaris van het dorp.  Hij onderstreept het belang van de samenwerking met Trias en de goede resultaten die er op het terrein geboekt worden.  We bezoeken ook nog enkele lokale ondernemers zoals een jongeman die met mobile banking begonnen is en zo het financiële verkeer organiseert. 

 

In Kitumbeine krijgen we het bericht dat de provincie Limburg net vandaag voor de ondersteuning van TCCIA als hefboom 12 500 euro steun aan Trias heeft toegekend.  Het geld zal goed besteed worden.

 

 

Nadien volgt een urenlange tocht richting zuidwesten richting Mto Wa Mbu.  We passeren langs de Oldoinyo vulkaan en de Empakaai krater.  Het uitgestrekte gebied is een zone tusen twee nationale parken, namelijk deze rond de Kilimanjaro en deze van het Serengeti en Ngorongoro park.  Tussen het regenseizoen en het droogseizoen maken de dieren van deze zones gebruik om zich te verplaatsen op zoek naar eten.  Het is een tocht met unieke veranderende landschappen en zeer afwisselend weer van hete zon over regenbuien.  We komen zelfs in een heuse zandstorm terecht.  Maar vooral de prachtige taferelen met grazende gnoes, zebra’s, giraffen, antilopes, hier en daar een hyena en af en toe een boma en masaiherders die hun kuddes geiten en koeien begeleiden, maken een ongelooflijke indruk.  Mens en dier leven hier in harmonie.  Als ik vraag of de dieren de masaï niet aanvallen, antwoordt de begeleider: de dieren weten instinctief dat de masaï hun vriend en niet hun vijand is.

 

Vrijdag 1 december 2017

We logeren in de Twiga Lodge in Mto Wa Mbu. Mto Wa Mbu ligt langs het Lake Manyara en is de toegangspoort voor verschillende nationale parken zoals Lake Manyara National Park,

Tot de jaren vijftig was het een dorre en weinig bewoonde plek.  Maar door irrigatie is het uitgegroeid tot een oase waar er fruitbomen, bloemen, groenten, etc groeien.  Er zijn rijstvelden en koffieplantages.

President Nyerere wilde in Mto Wa Mbu een sociaal experiment  proberen.  Hij bracht er alle verschillende etnische groepen samen om het stadje uit te bouwen.  Het is de enige plek in Afrika waar de talen van de vier grote taalgroepen worden gesproken: Bantoe, Khoisan, Koesjitisch en Nilotisch. 

De naam Mto Wa Mbu is Swahili en verwijst naar de muggenrivier.  De rivieren zorgen immers ook voor aanwezigheid van de Tsee Tseevlieg.

Vanuit Mto Wa Mbu vertrekken we naar Ngorongoro.

 

Wild live corridor

Trias werkt mee aan ‘wild live corridor’ projecten.  Dit zijn samenwerkingsverbanden tussen de Masai endiverse lokale actoren om de trek van de wilde dieren te vrijwaren in de regio.  Dit resulteert in het behoud van schitterende natuurparken die ook veel toeristen aantrekken en zo ook een hefboom is voor de Tanzaniaanse economie. 

 

Eén van die parken is Ngorongoro.  Ngorongoro wordt ook wel eens het achtste wereldwonder genoemd een heeft de status van International Biosfeer Reserve.  Centraal staat de krater van Ngorongoro.  Het is een vlakte van 16 bij 20 kilometer – zo groot als Parijs - op 1700 meter hoogte met bergtoppen tot 2300 meter.  Het is de grootste niet ondergelopen krater van de wereld.  Enkele miljoenen jaren geleden is deze vulkaan ontploft.  De vulkaan moet een hoogte van bijna 8000 meter hebben gehad en toen de grootste berg van Afrika zijn geweest.  Vandaag is dat de Kilimanjaro met bijna 6000 meter.

Het specifieke van deze krater is dat het een bijzondere microcosmos creëert met steppes, savannes, beekjes,..  Door de steile hellingen rondom de krater kunnen de dieren moeilijk uit de krater.  De kraterhellingen vormen een soort natuurlijk hekken.  Hier kan je de big five zien.  Zelf zien we de leeuwen, olifant en buffel.  De neushoorn en het luipaard treffen we niet aan.  Maar we zien wel gnoes, antilopes, struisvogels, jakhalzen, wrattenzwijnen, nijlpaarden, giraffen, zebra’s, bavianen, vervetten, hyena’s, gazelles, flamingo’s en tientallen andere vogelsoorten.  Een wonderlijke ervaring.

 

De beleving wordt nog immenser wanneer we van krater verder het Ngorongoro Conservation Area inrijden.  Dit gebied maakt deel uit van het Serengeti National Park.  We rijden naar het Lake Massek waar we zullen overnachten.  Het landschap verandert van een bergachtig naar een heuvelachtig landschap om dan uit te monden in een eindeloze steppe.  We zien de trek van duizenden Ngoes en zebra’s.  In dit gebied zouden 1,5 miljoen Ngoes en 500 000 zebra’s zitten.  Ze verplaatsen zich bij de overgang van het ene naar het andere seizoen in deze eindeloze zone (zo groot als de helft van België) op zoek naar groen om te grazen.  Onderweg komen we een kadaver van een zebra tegen waar tientallen gieren aan zitten te eten. 

Doorheen deze vlakte rijden met enkele trekkend wild is adembenemend.  Dit is Out of Africa.

 

 

Zaterdag 2 december 2017

Na een nachtelijk verblijf in tenten aan Lake Massek keren we terug naar Mto Wa Mbu.  Om zes uur is het opstaan want een uurtje later vertrekken we weer.  Opnieuw een rit over de eindeloze Savanne van Serengiti (in het Masai betekent dit eindeloze vlakte.  Het heeft zijn naam niet gestolen).  Na een hele voormiddag rijden komen we kort namiddag aan bij Lake Manyara.  Een kleiner natuurpark rondom een zoutmeer met een geweldige variatie aan fauna en flora.  Vandaag geen bezoek aan Triasprojecten maar genieten van deze natuurpracht.

 

Zondag 3 december 2017

We bezoeken in Mto Wa Mbu een lokale landbouwer.  Dankzij microkredietfinanciering heeft een biogasinstallatie (kost 700 euro, waarvan 350 euro zelf te betalen) kunnen bouwen: met mest van zijn koeien maakt hij biogas om te koken.  Met zonnepanelen verwekt hij elektriciteit waarmee hij een kippenkwekerij runt en een kippenincubator heeft die hem om de drie weken een driehonderd kuikens oplevert.  De kippenmest wordt dan weer gebruikt als voedsel voor de vissen want hij heeft ook enkele visvijvers aangelegd.  Daarnaast heeft hij met microkredieten vijftig bijenkassen gekocht en heeft hij een waterirrigatiesysteem uitgebouwd om zijn akkers te besproeien en plantjes te kweken.

Wat bij al onze bezoeken opvalt is de hoop op vooruitgang die de mensen hier hebben.  Werken loont.  De mensen blijven niet bij de pakken zitten ze pakken de zaken vast.

We krijgen een rijke maaltijd aangeboden van kip, geitenstoverij, gebakken bananen, rijst, groenten, fruit.

 

Na dit bezoek rijden we terug naar Arusha.  Hier overnachten we opnieuw in de Outpost Lodge.  ’s Avonds nemen we ons laatste avondmaal met Bart Casier en zijn echtgenote bij Axel Janssens die het restaurant en hotel Machweo uitbaat.  Deze uitgeweken Gentenaar heeft in twaalf jaar tijd een prachtig complex uitgebouwd.  Zijn restaurant is uitgekozen tot het beste van midden Afrika.

Maar zijn restaurant is ook een sociaal project: hij leidt hier straatkinderen op tot kok.  Na zes maanden opleiding komen ze bij hem werken.  Hij zorgt op die manier voor een inkomen en voor een toekomst van kinderen die er anders geen zouden hebben.  Een aantal van hen zijn doorgestroomd tot de grote vijfsterrenhotels in Afrika.

 

Maandag 4 december 2017

We bezoeken de Baraa Primary School in Arusha.  De Vlaamse vzw Ithemba haalt al jaren privégeld op om deze school te ondersteunen.  Maar de school met intussen 1 750 leerlingen wordt niet enkel financieel ondersteund.  Een groep van een tiental Vlaamse vrijwilligers is er onder leiding van dokter Luc Beaucourt veertien dagen aan de slag om de oude klaslokalen te renoveren: elektriciteit voorzien en repareren, daken vernieuwen, bepleisteren en schilderen, etc.

Daarnaast is er een medisch team dat een screening doet van de schoolkinderen.  1 op 4 is ondervoed.  Dokter Raymond Vandebeek en oogarts Rob Van Horenbeeck zijn voor veertien dagen afgereisd om de screening samen met enkele medewerkers te doen: het gewicht wordt gemeten, de botten en spieren gecontroleerd, een oogtest wordt afgenomen.  Tientallen kinderen lijden eveneens aan een HIV besmetting.

Wie ondervoed is wordt op een speciaal voedingsprogramma gezet.  Ook dit programma wordt gefinancierd vanuit Vlaanderen.  Zo is er hiervoor een tuin aangelegd waar groenten worden gekweekt.  De bekende Koen Vanmechelen heeft in er in dit kader eveneens een kippenprogramma opgezet.  Warm Vlaanderen in Tanzania!

’s Middags hebben we een debriefing van onze reis bij Trias en overlopen we de afgelopen week.  We eindigen ons verblijf met een bezoek aan de Sint Constantinès International School.  Sielke Kemps uit Leopoldsburg geeft er les aan 8 tot 10 jarige kinderen.  We treffen er ook nog een andere lerares aan die uitgeweken is uit Vlaanderen: Marleen Taveirne.

Volg Wouter

Facebook   Twitter LinkedIn Logo Youtube

Twitter