Een Europa na de Brexit, iets kleiner, maar veel sterker (De Morgen)

vrijdag 31 maart

Toen ik in 1992 politieke wetenschappen ging studeren, was begin dat jaar het Verdrag van Maastricht ondertekend: de oprichting van de Europese Unie. Het was een tijd van hoop en positivisme.

Vandaag, vijfentwintig later, is ook een nieuwe generatie nog steeds overtuigd van een sterke Europese Unie. Getuige daarvan de grote groep jongeren (72%) die tegen de Brexit stemde. De generatie die vandaag zelf 60 jaar is, en dus nog zou moeten weten dat de EU eigenlijk opgericht werd om vrede en stabiliteit te realiseren, staat er vandaag kritischer (of misschien beter: nonchalanter) tegenover.

Toch is de meerderheid van de Belgen nog steeds optimistisch over de toekomst van de EU. Dat optimisme is sinds de Brexit zelfs nog toegenomen. Ook zien we een forse stijging in het aantal mensen dat vindt dat de EU de juiste richting uit gaat. En ook in de andere lidstaten scoort de EU nog altijd positiever dan de nationale parlementen en regeringen.

Een opvallende tendens is wel de groep Belgen die vindt dat de EU in de verkeerde richting evolueert. Er is een duidelijke polarisering tussen ‘believers’ en sceptici, waarbij het aantal positief gezinde stemmen dubbel zo groot is als de groep sceptici.

Het toenemende euroscepticisme houdt gelijke tred met het opkomende populisme. De Brexit was een triest dieptepunt in deze tendens, in een strijd die bovendien gevoerd werd met slogans zonder al te veel inhoudelijke fundamenten. De baten van Europa zijn vele malen groter dan de kosten. Vorige week nog verklaarde Juncker dat de het vertrek van de Britten het land 58 miljard euro zal kosten.

Waarom de Unie zo belangrijk is, en dat ook in de toekomst zal blijven? Zeven decennia lang bracht ze ons vrede, veiligheid en stabiliteit. Er kwam een eengemaakte markt, een muntunie en het Schengenverdrag.

Nu is het tijd dat de sociale unie uitgebouwd wordt. Dat vereist een sterker Europa. En daarvoor zal de Unie het vertrouwen tussen instellingen en burgers moeten versterken.

Mensen zijn op zoek naar zekerheid. De Europese Unie is nog steeds het beste bestuursniveau om het hoofd te bieden aan de grote uitdagingen van deze tijd. En dit op een manier die onze welvaart én onze veiligheid garandeert.

De manier waarop de EU omgaat met vluchtelingen- en migratiestromen enerzijds, en de integratie van deze mensen in onze samenleving anderzijds, zal een belangrijk verschil maken. Of zoals Merkel zei: ‘we kunnen onze binnengrenzen maar openhouden, als we onze buitengrenzen kunnen beschermen’.

Begin deze maand stelde Juncker het Witboek van de Europese Commissie voor. Onze partij is altijd voor een sterker Europa en meer samenwerking geweest. Telkens binnen de grenzen van de subsidiariteit. Inzetten op concrete projecten en tastbare resultaten behalen, maar met voldoende ruimte voor eigen klemtonen op lagere bestuursniveaus. Of zoals men zegt: ‘The EU needs to be big on big things, and smaller on small things’.

Na de verbreding met meer lidstaten is het nu tijd voor de verdieping. Een samenwerking in domeinen als veiligheid, defensie, sociaal beleid, migratie en klimaat dringt zich op. Deze visie heeft ook een breed draagvlak bij de Belgen. Zeven op tien inwoners zijn voorstander van het voorstel om meer beslissingen te nemen op het niveau van de EU.

Lukt dat niet met zijn allen, dan moeten we vooruit met een aantal kernlanden. Dit is niet nieuw. De Eurozone en Schengen zijn voorbeelden van versterkte samenwerking tussen een aantal kernlanden.

In 1957 werd geleden werd een ambitieus verdrag getekend, een verdrag gebaseerd op een project van vrede, veiligheid, vrijheid en stabiliteit. 60 jaar later mogen we minstens even ambitieus durven zijn, en een nieuwe toekomst voor Europa uittekenen. Een Europa na de Brexit, iets kleiner, maar veel sterker.

Volg Wouter

Facebook   Twitter LinkedIn Logo Youtube

Twitter