“Vechterkes komen er altijd. Dat heeft Wouter bewezen” (Het Nieuwsblad)

zaterdag 1 juli

Het heeft niet veel gescheeld of Wouter Beke (CD&V) was echt Marcske van FC De Kampioenen geworden. Moeder Miet Lourdaux - en met haar heel Leopoldsburg - zag de showman al naar Studio Herman ­Teirlinck vertrekken. En toen ze na zijn Leuvense ­metamorfose tot blokbeest hoopte dat hij in al zijn rustige vastheid professor zou worden, koos hij voor de slangenkuil van de politiek. “Maar vandaag ben ik vooral fier. Schrik heb ik eigenlijk alleen gehad toen ze hem wilden inlijven bij Opus Dei.”


 

Midden juni. Het is 35 graden in Leopoldsburg. “Buiten op het terras is het niet te doen”, zegt Miet Lourdaux. Maar de hitte heeft zich ook al een weg naar binnen gebaand. Nu en dan hapt de moeder van CD&V-voorzitter Wouter Beke naar adem. Binnenkort zal ze met haar man, een gepensioneerde huisarts, naar hun vakantiehuis aan de voet van de Pyreneeën vertrekken. “Daar tussen de bossen en de schapenweides heb ik weinig last van mijn ademhalingsproblemen of reuma. We leven daar volledig buiten, alles loopt daar veel beter.”

 

Hun drie kinderen en zes kleinkinderen zijn de hoofdreden waarom Miet en Paul Beke niet het hele jaar lang in het zuiden verblijven. Maar allemaal komen ze in de zomermaanden ook daar over de vloer. Zelfs hun eerstgeborene, vandaag al zeven jaar de grote baas van de Vlaamse christendemocraten. Elk jaar ontslaat hij zichzelf een paar weken van zijn dagtaak in het 'moedige midden' en zijn avond- en weekendtaak om alle CD&V-afdelingen te bezoeken. Lees: uren en uren in de auto zitten.

Was hij niet beter in Leuven of Brussel gaan wonen, in plaats van hier in het verre Leopoldsburg te blijven?

Miet Lourdaux: “Alle drie mijn kinderen hebben van kindsbeen af gezegd dat ze bij hun mama in de buurt zouden blijven wonen. En ze hebben woord gehouden. Ik voel me daardoor erg gewaardeerd. Zeker voor Wouter is het niet altijd evident. De files van en naar Brussel zijn ellendig. Naar West-Vlaanderen en terug is vijf uur. Gelukkig kan hij ook veel werken in de auto en heeft hij een goede chauffeur.”

 

Terwijl zijn drie kinderen nog klein zijn, heeft hij een van de drukste jobs die je kan bedenken.

“Ja, en hij heeft het daar soms moeilijk mee. Tijdens de langste regeringsonderhandelingen ooit werd zijn jongste dochter Nette geboren. Op de dag dat het allemaal voorbij was, moest hij vaststellen dat zijn baby al groot geworden was.”

 

Heeft u hem daar nooit voor gewaarschuwd? Uw man werkte zelf ook zijn hele leven van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. 

“Zeker, om 7 uur was hij meestal al in zijn dokterspraktijk en toen hij 's avonds stopte, lagen de kinderen alweer in bed. Ze hebben hun vader wel gemist. Eigenlijk moet je ook een deel geluk hebben met je kinderen. Enkele slechte vrienden zijn voldoende. Als de vaderfiguur ontbreekt, is de kans groter dat het fout loopt. Maar Wouter let daar wel op. Naast de politiek is er alleen zijn familie.”

 

Ziet u aan uw zoon wanneer hij in Brussel stressmomenten beleeft?

“Ja. Dan loopt hij anders, zit hij anders, is hij afwezig en in zichzelf gekeerd. Hij zou dat dan van zich moeten kunnen afzetten. Maar dat is heel moeilijk.”

 

Slaapt hij goed?

“Hij slaapt niet veel, maar hij heeft net zoals ik niet veel slaap nodig. Ik kom er met vier uur. De rest van de nacht lees ik boeken.”

 

U bent vroedvrouw. Bij uw eigen eerste bevalling had u dus al veel ervaring. Mogen we daaruit afleiden dat die ook vlot verlopen is?

“Neen. Wouter is een maand te vroeg geboren. Hij had die eerste weken constant heel grote honger. Toen hij dronk, kwam alles terug. Niet gewoon overgeven, maar projectielbraken: het vloog echt tot tegen de muur. Hij bleek een versmalling van de maagspier te hebben. Na drie weken volgde een zware operatie.

De kans was groot dat hij het niet zou halen. Toen ik hem drie dagen na de operatie ging bezoeken op de afdeling intensieve zorg in Lommel, hing er een rotte geur in de kamer. Ik maande de verpleegster aan om het verband eraf te halen, maar ze wilde niet. Ik heb het er toch afgerukt. De etter liep van zijn buikje. Ik heb daar een deken genomen en ben met hem naar huis gekomen. Het heeft maanden geduurd voor die wonde dicht was, je zag de maag en de darmpjes gewoon liggen.”

 

Heeft hij daar iets aan over­gehouden?

“Alleen een litteken op zijn buik. Tijdens zijn puberteit was hij daar wel verlegen over. Hij ging ook altijd zwemmen met een marcelleke. Maar later heeft hij zich daar niets meer van aangetrokken. De vechterkes, die komen er wel. Dat hebben we gezien bij Wouter.”

 

School zal wel geen probleem ­geweest zijn?

“Hij slaagde elk jaar, maar hij was niet de absolute bolleboos. Daarvoor had hij veel te veel nevenactiviteiten. Al toen hij zes of zeven jaar was trok hij naar de directeur van het cultureel centrum om te vragen of ze een sketch mochten opvoeren met hun groepje. Dat centrum stond toch altijd leeg. Zijn hele jeugd is hij toneel blijven spelen.”

 

Zijn eerste verkiezingscampagne voerde hij al op zijn elfde. Met als programma “Minder turnen en meer geschiedenis”. Had hij die ­politieke interesse van uw schoonvader?

“Neen. Zijn opa was wel schepen, maar in Wielsbeke had je twee boeren op de CVP-lijst en die werden gewoon elk om de beurt schepen. In mijn familie in Lommel was de politiek veel meer ­aanwezig. Wij waren heel Volksunie­gezind.”

 

Hoe fanatiek was u?

“We gingen toch elk jaar naar de ­IJzerbedevaart, ook nog met onze kinderen.”

 

Dan moet het toch gestoken hebben toen uw zoon voor CVP koos?

“Hij is wel een Vlaming in hart en ziel, hoor. Mocht er hier in Leopoldsburg een VU-afdeling zijn geweest, dan was het misschien anders gelopen. Maar hij moest dus iets anders vinden, en de lokale CVP is hem komen vragen.”

 

Ook voor zijn doctoraat in Leuven verdiepte hij zich al in de geschiedenis van CVP.

“In de jaren 90 waren de CVP'ers Herman Van Rompuy en Jean-Luc Dehaene natuurlijk de mannen. Hij had een grote bewondering voor hen. En voor zijn doctoraat heeft al die partijtoppers dan ook persoonlijk ontmoet. De Volksunie daarentegen was toen al zo goed als opgedoekt.”

 

De slogan “Minder turnen” zie ik hem vandaag niet meer lanceren. Aan sporten had hij als kind dus een hekel?

“Hij was nogal een stijve hark, maar hij speelde dus wel heel veel toneel.”

 

Er schuilt dus echt een Marcske van 'FC De Kampioenen' in hem. Zit hij verveeld met die vergelijking?

“Neen, maar ik wel. Ik weet ook niet goed waarom. Ze lijken inderdaad op elkaar. Maar Wouter is Wouter. Als tiener kon hij de hele school animeren met zijn toneel, in de schoolkrant of op de schoolradio. Hij heeft zelfs nog auditie gedaan voor Crazy Love, de film van ­Dominique Deruddere uit 1987. Maar Geert Hunaerts heeft toen die rol binnengehaald.”

 

Weinig Vlamingen zullen zich iets kunnen voorstellen bij de showman in Wouter Beke.

“Dat theater is helemaal verdwenen. Op zijn achttiende dacht iedereen hier nog dat hij naar de Studio Herman Teirlinck zou trekken. Maar hij ging politieke en sociale wetenschappen studeren in Leuven. Daar is hij plots beginnen te blokken en ging hij voor de grootste onderscheiding.”

 

Nu, politiek is ook theater. Al kennen we hem niet van felle pleidooien of grote emoties.

“Neen, hij is de rust zelve. Al kan hij ook wel boos zijn als het nodig is. Héél boos. Dat heeft hij van de West-Vlamingen. (lacht) De zachtheid heeft hij van mij, het doordrijven komt uit West-Vlaanderen.”

 

De toppolitiek is een slangenkuil. Was u gelukkig met zijn keuze?

“Ik had liever gehad dat hij professor was geworden. De politiek is een verschrikkelijk harde wereld. Ik heb hem gewaarschuwd voor het achterbakse en de jaloezie. Maar uiteindelijk respecteer je als ouder waarvoor ze zelf kiezen.”

 

Het voorzitterschap brengt veel macht, maar ook veel vijanden mee. Heeft u daar schrik voor?

“Toen hij verkozen werd, was ik vooral heel fier. Schrik heb ik pas gehad toen Opus Dei hem kwam opzoeken in Leuven. Gelukkig heeft hij mij dat toen verteld en heb ik hem kunnen uitleggen dat het een soort sekte is. Je moet er je familie voor verloochenen, boete doen, de camino volgen. Eigenlijk word je bij Opus Dei helemaal gebrainwasht. Ik vond dat heel benauwend, want eens je daarin zit, kan je er ook niet meer uit. Dan maken ze van je leven een hel. Ze waren drie keer bij hem geweest, maar hij heeft zich niet laten ompraten.”

 

Jullie lijken twee handen op één buik. Kunnen jullie het altijd goed met elkaar vinden?

“Over de grote keuzes zijn we het doorgaans roerend eens. Het is maar over de details dat we soms moeilijk doen.”

 

Er moeten toch dingen zijn die u soms ergeren aan hem?

(denkt na) “Vaderdag vergeten. Op Vaderdag zijn mijn kinderen alle drie fier met de cadeautjes die ze krijgen van hun kinderen. Maar hun eigen vader durven ze op die dag te vergeten. Dit jaar heb ik hen op voorhand een mail gestuurd: Jullie hebben ook een vader, hé. Dat hadden ze allemaal goed begrepen.”

 

En Moederdag, is hij die ooit ­vergeten?

 

“Oh ja! Maar ik neem hem dat niet kwalijk.” (lacht)

Volg Wouter

Facebook   Twitter LinkedIn Logo Youtube

Twitter